Wat is "Participeer"?

Met het gedacht van de Perenaars mee op tafel, kunnen de Peerse projecten alleen maar sterker worden én vlotter verlopen. Dat is de gedachte achter ‘ParticiPeer’.

In de eerste plaats willen wij alle Perenaars zo goed mogelijk informeren, want inspraak zonder inzicht leidt tot uitspraak zonder uitzicht. 

Met deze aanpak proberen we zoveel mogelijk de één-op-één dialoog te benaderen, en in vele gevallen ook effectief aan te gaan.

 

De participatiecoaches ondersteunen de projecten door de burgers aan het woord te laten.

 

Verschillende niveaus van participatie?

In theorie zien we een zestal niveaus van participatie. Deze leggen stap voor stap meer regelkracht, mogelijkheden en verantwoordelijkheid in handen van de burgers.

In de praktijk bekijken we per project afzonderlijk op welk niveau participatie of inspraak mogelijk en zinvol is.

1. Informeren

Lokale besturen communiceren beleidsbeslissingen naar de inwoners van de gemeente. Dit kan op verschillende manieren: het verspreiden van een gemeentelijk infoblad, het verlenen van informatie aan het loket, via de website … . Hierbij wordt geen terugkoppeling van burgers verwacht. Hier is sprake van eenrichtingsverkeer van de lokale overheid naar zijn burgers.

2. Raadplegen

Bij het nemen of overwegen van een beleidsbeslissing worden soms adviesraden of burgers geraadpleegd. Lokale politici doen dit niet zozeer om hun beleidsbeslissing alsnog te veranderen maar eerder om een zicht te krijgen op eventuele weerstand of meeval van de burgers. De mening van de deelnemers wordt gevraagd maar men kan geen garantie geven dat deze mening wordt gevolgd. Het is vanuit het lokale bestuur een zeer vrijblijvende vorm van beleidsparticipatie waarbij de burger wel betrokken wordt bij de beleidsbeslissing maar een bescheiden rol heeft bij de beïnvloeding ervan.

3. Adviseren

Bij het adviseren geeft het lokaal bestuur meer vrijheid. Burgers worden uitgenodigd om mee te praten en mee te discussiëren over beleidsonderwerpen. In sommige gevallen kan het lokaal bestuur ook terugkoppeling voorzien op het uitgebrachte advies. Zo kom je stilaan tot een echte dialoog tussen het lokale bestuur en zijn burgers.

4. Coproductie

Wanneer burgers betrokken worden bij het begin van een beleidscyclus wordt hen de mogelijkheid gegeven om samen met het lokaal bestuur het beleid vorm te geven. Men laat hen bv. de ruimte om zelf beleidsonderwerpen aan te reiken, zelf de beleidsparticipatie te organiseren of om zelf prioriteiten voor te stellen. De burger krijgt hierbij een deel van de verantwoordelijkheid bij het maken van het beleid. Het lokaal bestuur houdt nog steeds de touwtjes (en de budgetten) in handen maar de burger krijgt in het vormgevingsproces een belangrijke rol.

5. Meebeslissen

Wanneer burgers meebeslissen, geeft het lokaal bestuur een deel(tje) van haar mandaat terug aan de burger. Men kan hierbij opteren om de burgers te laten kiezen tussen meerdere, door het lokaal bestuur gekozen, oplossingen of men kan de burger vrij laten in zijn keuze. Belangrijk is wel dat het lokaal bestuur steeds aanwezig is bij het maken van deze keuze en men deze steeds in samenspraak met de burger maakt. Het is dus niet zo dat de burger alles beslist maar er wordt wel samen beslist.

6. Zelfbesturen

Zelfbestuur door burgers kan je vergelijken met het uitbesteden van bepaalde opdrachten. Het lokaal bestuur stelt een budget en een doelstelling vast maar de manier waarop deze wordt behaald of wie hierbij allemaal betrokken wordt, ligt niet meer in de handen van de lokale overheid. De weinig vormen van zelfbestuur zijn ons vooral bekend in de uitvoeringsfase van projecten. Binnen de voorafgaande analysefase komt deze (zeer vergaande) vorm van beleidsparticipatie zelden tot nooit voor.